Voor de één een nachtmerrie, voor de ander een droom: een rookvrije wereld
Roken belicht vanuit een juridisch uitgangspunt
Het onrecht dat door de rokers dagelijks ongesanctioneerd wordt gepleegd op de gezondheid van de niet-rokers is groot. Niemand hoeft een roker te vertellen dat dit fenomeen schadelijk is voor de gezondheid. Het is namelijk een feit van algemene bekendheid. Toch steekt de echte roker iedere dag weer opnieuw een sigaret op. Gewoonte? Nee. Het betreft hier een pure vorm van drugsverslaving. Een verslavingsvorm die kennelijk maatschappelijk grotendeels is geaccepteerd.
Andere vormen van verslaving zoals heroïne- en cocaïne gebruik en alcoholisme in zekere zin worden direct door de samenleving veroordeeld althans niet getolereerd, dit terwijl de nicotineverslaafde (de sigarettenroker) veel meer ongewilde schade aanricht aan zichzelf en zijn directe omgeving. Vanwaar deze acceptatie? Een acceptatie waarbij bijna op iedere hoek van de straat het middel (de sigaret) tegen geringe betaling door jong en oud vrijelijk te verkrijgen is. Geringe betaling, daar het causale verband tussen de kosten van het kunnen aankopen van rookwaar en de daardoor veroorzaakte financiële druk op de gezondheidszorg in alle opzichten disproportioneel is. De persoonlijke gezondheid en daarmee ook de algemene zorgverlening hebben immers verhoudingsgewijs zwaar te lijden door het alom toegestane rookgedrag in het openbaar. Op de rechten van de niet-roker wordt bijna geen acht geslagen. Deze niet-rokers worden ‘verplicht’ om passief mee te roken. Denk maar aan een avondje uit, een verjaardag, een lunchafspraak, een vergadering enzovoort. De niet-rokers die tegelijkertijd met de roker aan gezondheidsgevaren worden blootgesteld, worden onder de huidige regelgeving op de Nederlandse Antillen onvoldoende beschermd. Dient hieraan niet een halt toe te worden geroepen?
De wetgever
Het ligt op de weg van de wetgever om met gerichte regelgeving deze ongewenste situatie anders ofwel beter te reguleren. In ieder geval valt het handhaven van een onveranderde situatie anno 2006 niet langer te rechtvaardigen. Immers een ieder heeft het recht om maximaal te genieten van het hoogste goed, namelijk het leven! Hierbij conflicteren het recht om te mogen roken en het recht op het inademen van schone lucht. Deze botsing van tegenstrijdige fundamentele vrijheden, vraagt om een goede regulering vanuit de overheid. Hoewel in het verleden (1996) deze regulering bij wet heeft plaatsgevonden, heeft de Antilliaanse wetgever destijds gekozen om het verbod om te roken hoofdzakelijk in openbare gebouwen te beperken en dit verbod niet te sanctioneren. Naar mijn mening heeft de wetgever door het niet opnemen van een sanctie op het overtreden van het verbod, bijvoorbeeld het kunnen opleggen van een administratieve boete, en het verbod voornamelijk te beperken tot openbare gebouwen, de kans voorbij laten gaan om het vertoonde rookgedrag beter te beheersen. Daarnaast is bovendien de betreffende regelgeving ofwel het verbod van roken in openbare gebouwen niet dan wel onvoldoende bekend onder de bevolking. Het ontbreken van een sanctie bij het overtreden van het verbod kan worden gekwalificeerd als vrijblijvendheid en aldus ontoereikend. Bij scholen kan men constateren dat een behoorlijk deel van de leerlingen al rokers zijn. Deze kinderen beseffen niet eens dat dit zogenaamd ‘stoere’ gedrag ze wellicht een jarenlang gevecht gaat kosten om weer roker af te zijn.
Ook bij mij is het ooit eens in mijn studietijd met één trekje aan een sigaret begonnen en ben ik voor bijna twintig jaar één van de rokers geweest. Door onder andere het schrijven van dit artikel zet ik een punt achter het roken en ben ik weer een niet-roker. Ik ben geen slaaf meer van de sigaret. Toch, heeft het mij bijna twintig jaar gekost voordat ik het besluit om te stoppen heb genomen.
Kortzichtige visie
Het voorstaande geef ik ter illustratie van hoe gemakkelijk de maatschappij ons verslaafd laat raken en hoe lang het kan duren voordat de keten weer doorbroken wordt. De overheid moet reeds daarom al strikte sancties, administratieve boetes, invoeren voor bijvoorbeeld winkeliers die met een simpele handeling bij een scholier een keten van ‘onschuldige’ drugsverslaving in werking stellen. Het is nu de tijd om aan deze aantasting in zijn vele vormen een halt toe te roepen. Ook al mocht dit de overheid aan accijnzen (op tabaks-invoer en tabaks- verkoop) een behoorlijke inkomstenderving opleveren. Wellicht is dit de reden waarom de overheid niet al te streng optreedt tegen deze vorm van drugsverslaving. Toch zou het een kortzichtige visie zijn, want op den lange duur kost het de gemeenschap veel meer geld aan zorgverlening. Een breder anti-rookbeleid opgelegd vanuit de overheid levert zonder enige twijfel voor de gemeenschap en het individu veel meer baten dan lasten op. Waarop wordt er dan gewacht? Kantoren, ondernemingen enzovoorts dienen alle rookvrije omgevingen te worden. Aparte ruimtes moeten worden ingericht voor rokers. Hierbij is vanuit de overheid stringentere regelgeving vereist. Echter, een totaal verbod op het roken zou een schending opleveren van de rechten van de mens. Het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) dat ook op de Nederlandse Antillen van toepassing is, kent het fundamenteel recht op eerbiediging van het privé-leven. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé-leven. Hieruit vloeit in beginsel voort dat geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht. Het is aldus in principe niet mogelijk om een persoon zijn ‘ongezonde levensstijl’ af te nemen.
Rechten van niet-roker
Blijft dan de vraag wat de rechten zijn van een niet-roker om niet beperkt te worden in zijn recht om ‘schone lucht’ in te ademen. Het antwoord ligt besloten in hetzelfde verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Namelijk, in dit kader kan inmenging van het openbaar gezag wel worden toegestaan voor zover dit bij wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de gezondheid of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. Een juiste afweging ofwel evenwichtige balans in deze tegenstrijdige belangen (individueel belang en algemeen belang) moet in de Nederlandse Antillen door de wetgever met gepaste regelgeving worden gevonden. Ik meen dat de overheid er goed aan zal doen om in te grijpen namens de gemeenschap en dat de gedeeltelijke beroving van de persoonlijke vrijheid rechtens dient te worden geduld. De eventuele inmenging van het openbaar gezag in het privé-leven van de roker, kan worden gekwalificeerd als bescherming van de roker tegen zichzelf en daarmee indirect ook de beschermwaardige belangen van anderen. Immers, ook al mocht het percentage longkankerpatiënten veroorzaakt door het passief meeroken relatief laag zijn, is natuurlijk één geval op zich al één teveel. De maatschappij vormen wij tezamen: Ook u!
Mr. Gerrit Scheper
![]()
