Hulpverleners onaantastbaar
ARTSEN ONAANTASTBAAR?
Patiënten hebben soms het gevoel dat artsen respectievelijk hulpverleners onaantastbaar zijn. Men hoort wel eens op straat uitspraken als: “Die artsen staan toch allemaal achter elkaar c.q. verdedigen elkaar’s misstappen”. Met andere woorden als zou het zinloos zijn om te ageren tegen begane beroepsfouten. Een vaak gehoorde vraag is tevens: “Waaraan dient het handelen van een hulpverlener te voldoen”. Ofwel hoe wordt er gemeten, althans beoordeeld wanneer er sprake is van een beroepsfout. Een kunstfout zoals het in het medisch jargon wordt genoemd laat zich in de wet niet meten met een definitie of vaststaande norm. Er bestaat namelijk geen wettelijke regeling die bepaalt dat vooraf vastgestelde handelingen of nalaten daarvan door een hulpverlener, een kunstfout oplevert. Zoals zo vaak in het recht, zijn het de feiten en omstandigheden van een specifiek geval die nauwkeurig worden afgewogen om de zaak te beoordelen. Of in een specifiek geval door een hulpverlener een beroepsfout is begaan, wordt evenzeer, afhankelijk van de voorhanden zijnde feiten en omstandigheden, grondig afgewogen en beoordeeld. Een ander alom bekende vraag is: “Hoe weet ik of die arts een goede arts is”. Voor beantwoording van deze vraag bestaan evenmin vastgestelde normen en/of meetinstrumenten. Verstandig is dat men juist bij het maken van een keuze voor een arts zich op dat moment kritisch opstelt en zich persoonlijk de vragen stelt waaraan een hulpverlener moet voldoen om als een goede hulpverlener te worden aangemerkt. In dit kader kan meer transparantie vanuit de medische wereld een grote bijdrage leveren aan de patiënten. Door meer transparantie kan een patiënt een weloverwogen keuze maken die beter bij hem of haar past. Te denken valt bijvoorbeeld aan meer openheid in: de mate van na- en bijscholing van een arts (bekendheid met de nieuwste ontwikkelingen), toegankelijkheid (wachttijden), bereikbaarheid (buiten normale werktijden; waarnemer/dienstdoende arts), aantal klachten (Medisch Tuchtcollege), duur van een consult (luistertijd), eerlijkheid, vertrouwensrelatie, enz. Het zou de hulpverleners daarom sieren indien zij anno 2006 meer openheid daarin geven. Hiertoe kunnen zij en/of de Inspectie voor de volksgezondheid en/of patiëntenverenigingen bijvoorbeeld gebruikmaken van het internet; door een eenvoudige website kan al meer openheid worden gegeven omtrent onder meer de voorstaande algemene gegevens. Voor een patiënt is het anders moeilijk om (zonder enige nadere informatie) te beoordelen of een hulpverlener over voldoende kennis en kunde beschikt, goed luistert en hem naar zijn oordeel goed te woord kan staan. Geneeskunde is zoals een arts mij eens zei vrij recht toe, recht aan. Het is als het ware eenvoudigweg een rijtje van klachten en symptomen aflopen en het daartoe noodzakelijke aanvullend onderzoek en behandeling doen volgen. Daarentegen is het juist de geneeskunst, de kennis en kunde van een specifieke arts die bij moeilijke gevallen het verschil uitmaakt; en niet de behandeling bij de standaard gevallen. Door meer openbaarheid zal wellicht een betere marktwerking plaatsvinden.
Anderzijds zijn ook cultuur-aspecten factoren die een belangrijke rol spelen. Binnen de Nederlandse Antillen, maar in het bijzonder Curaçao wordt vaak gedacht dat een goede arts een arts is die steeds een receptje meegeeft, voor een consult 30 minuten uittrekt in plaats van 10 minuten en daarnaast 24 uur per dag bereikbaar en beschikbaar is. Ter vergelijking verwijs ik naar enkele andere cultuur gebonden voorbeelden. In Japan is daarentegen juist alles gericht op preventie. Daar worden artsen juist betaald voor lege wachtkamers! Op de Nederlandse Antillen [en in Nederland] voor volle. Alles is daar gericht op preventie. Daar neemt de arts met zijn patiënt contact op om te praten over de gezondheid van de patiënt. De hulpverlener in Japan wordt slecht aangekeken als zijn patiënt ziek wordt. Alle gehanteerde methoden (acupunctuur, kruidenbehandelingen, massage e.d.) zijn volledig gericht op preventie. Het lijkt erop dat de westerse wereld ook steeds meer daar naartoe evolueert. Dat moet ook wel want met steeds meer nieuwe uitvindingen en betere behandelmethoden neemt de levensverwachting van de mensen toe [vergrijzing] en wordt de samenleving steeds meer geconfronteerd met hogere medische kosten. De overheid zou er misschien goed aan doen een model te ontwikkelen waarin onderzoek naar preventie, vaccins en geneesmiddelen wordt losgekoppeld van productie. Daarnaast kan het goed zijn als de patiënt zelf altijd een deel meebetaalt. Dat zal de patiënt waarschijnlijk kritischer maken. De patiënt is namelijk over het algemeen vreselijk kritisch, behalve met geneesmiddelen, dan moet het allerbeste komen. Hij hoeft het namelijk niet zelf te betalen. In Engeland is de gezondheidszorg (National Health Services) juist weer gebaseerd op het budgetteringsysteem. Hulpverleners wordt een vastgesteld budget toebedeeld en worden verondersteld beter hun praktijk te marketen en managen. Daarmee wordt enerzijds een rem gezet op hoegenaamde overbehandeling en wordt anderzijds tegelijkertijd gezorgd voor een vergroting van de toegankelijkheid voor degenen die de hulpverlening echt nodig hebben en daarop recht hebben. In Nederland is de zorg weer zakelijker en strakker geregeld. De toegepaste behandeling wordt puur afgerekend op het resultaat, of dit effectief of juist niet effectief is. Door middel van verschillende regelgevingen, met name twee kader wetten, te weten de Wet Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) en de Wet op de Geneeskundige Behandeling Overeenkomst (Wet GBO) wordt de (kwaliteit)relatie arts – patiënt bijvoorbeeld in Nederland geregeld. Zo heeft elke cultuur respectievelijk elk land aldus zijn eigen praktische wijze ter zake verlening van gezondheidszorg.
Kwaliteitsregelgeving door bijvoorbeeld de overheid of de verzekeraars kan voor een betere regulering en meer transparantie zorgen. In het kader van de kostenbeheersing is een beter geïnformeerde patiënt, uiteindelijk een goedkopere patiënt voor de samenleving en dus ook voor de zorgverzekeraar.
[adrotate banner=”5″]
Dit geldt eveneens ten aanzien van behandelingen die ook ter plaatse, op Curaçao, kunnen plaatsvinden. Uitzending van patiënten is nu eenmaal ontzettend duur en moet meer een vorm van uitzondering zijn dan regel. Door onder meer stringente kwaliteits- en toelatingsregelgeving, het creëren van kritische patiënten en door het verstrekken van goede informatie, zal op de lange duur een betere kostenbeheersing kunnen ontstaan en daarmee een gerichter aanbod van zorgverlening.
Sowieso zijn op medisch gebied, mede door het internet, patiënten mondiger geworden, accepteren minder en eisen zij meer van de hulpverleners. Op zich kan dit als een goede ontwikkeling worden gekwalificeerd, nu daardoor patiënten van de hulpverleners meer kundige zorg verwachten. Voor de goede orde merk ik toch even op dat aan de andere kant patiënten voorzichtig moeten zijn met de van het internet verkregen informatie en niet moeten pretenderen dat ze daarmee eigen doktertje kunnen gaan spelen. Uw gezondheid is -zoals in een eerdere editie gesteld- weliswaar uw verantwoordelijkheid, maar het zijn natuurlijk wel de hulpverleners die jarenlange studie hebben verricht om u daarmee naar beste kunnen bij te staan. De in het Nederlands Antilliaanse Burgerlijk Wetboek opgenomen behandelingsovereenkomst vormt de grondslag voor de te verstrekken zorg.
Een ander aspect is dat in de medische zorgverlening juist voor de huisartsen een belangrijke rol is weggelegd, nu zij als het ware als poortwachters fungeren. Omdat een patiënt meestal eerst bij de huisarts met zijn klacht binnenkomt, moet een huisarts zoveel mogelijk breed en kundig onderlegd zijn, weten waar zijn/haar grenzen liggen en wanneer men de patiënt beter kan doorverwijzen voor meer specialistische hulpverlening. Reeds daarom is het zeer belangrijk om een goede arts als huisarts te hebben. Kritische opstelling bij deze keuzebepaling is geboden.
Om concreter te zijn, zal ik een poging wagen om een ‘definitie’ te geven ofwel een ‘norm’ te stellen voor wat onder een goede arts zou kunnen worden verstaan. Natuurlijk gelden (volgens mij) in ieder geval de hierboven gestelde persoonlijke vraagpunten c.q. criteria die patiënten zich zelf behoren af te vragen bij het bepalen van een keuze voor een goede hulpverlener.
Twee andere zeer belangrijke factoren bij het definiëren van een goede arts zijn (volgens mij): (i) de vertrouwensrelatie tussen arts en patiënt die op volledig wederzijdse openheid en eerlijkheid moet zijn gebaseerd en (ii) dat de behandelend arts ook van zijn persoonlijke kennis en kunde goed de grenzen kent. Ten aanzien van bedoelde grenzen, siert het een goede arts indien hij tijdig weet wanneer zijn kennis en kunde ophoudt en beslist om de patiënt door te verwijzen voor specialistische zorg. Een goede hulpverlener moet voorkomen dat hij door starre gedrevenheid tot het “einde” door blijft zoeken naar de klacht en naar zijn oorzaak, waarbij de patiënt meer het gevoel krijgt dat hij een soort proefkonijn is dan dat hij daadwerkelijk goed wordt geholpen. In plaats daarvan kan het juist goed zijn wanneer de desbetreffende hulpverlener de patiënt eerder gegrond doorverwijst voor specialistische zorgverlening. Zowel arts, maar voornamelijk de patiënt is daar meer bij gebaat. Men moet niet het idee krijgen terecht te zijn gekomen in een oncontroleerbare ‘medische molen’ waar onnodige vertraging in adequate behandeling wordt opgelopen (‘doctors delay’).
Uiteraard is het zo dat in de medische wereld door de hulpverleners en de patiënten geheel anders naar de te verlenen zorg wordt gekeken en deze vooral anders wordt beleefd. Een ieder zal ermee gebaat zijn wanneer deze twee compleet verschillende belevingen dichter naar elkaar toe worden gebracht. Uiteindelijk is het geestelijk en/of lichamelijk begeleiden en genezen van patiënten hetgeen dat daadwerkelijk telt.
Grote verschillen bestaan natuurlijk ook per patiënt. Namelijk, het type patiënt (lichaam) speelt een rol bij de toe te passen behandeling en de mogelijk daaruit voortvloeiende resultaten. Het is dus niet alleen de hulpverlener die de kwaliteit van de behandeling bepaalt, maar ook het type patiënt. Een goede, of beter gezegd een gezonde wisselwerking tussen hulpverlener en patiënt, is cruciaal voor het door beiden beoogde resultaat van de behandelingsovereenkomst. Een goede behandelrelatie tussen patiënt en hulpverlener legt immers de basis voor de best mogelijke behandeling van de patiënt. Regel hierbij is dat hulpverleners en met name patiënten door een juiste toepassing van de wet in staat moeten worden gesteld tot een goede samenwerking met voldoende informatie, kennis, duidelijkheid over elkaar’s positie en respect voor de wederzijdse rechten en plichten.
Op dit moment liggen bij de Staten van de Nederlandse Antillen wetgevingen (waaronder BIG NA) ter beoordeling en goedkeuring, die in de Nederlandse Antillen voor betere kwaliteitsbewaking en registratie van hulpverleners moeten gaan zorgen. Hierbij is –zoals vaak gebruikelijk – aansluiting gezocht bij de Nederlandse wetgeving. Gezien de noodzaak van een betere (kwaliteit)relatie tussen de hulpverleners en de patiënten is het te hopen dat de Staten deze wetgevingen met de nodige spoed behandelen en van kracht laten zijn. Echter, anderzijds is voor een goede kwaliteitbewaking van onze zorgverlenende instanties en personen, minstens even belangrijk dat een goede patiënten belangenvereniging in het leven wordt geroepen. Weliswaar bestaan er reeds goede specifieke verenigingen, zoals bijvoorbeeld het Wilhelminafonds (kanker belangenorganisatie), doch gestreefd zal moeten worden naar een algemene patiënten belangenvereniging. Deze zou bijvoorbeeld kritische patiënten moeten stimuleren, zodat er een onafhankelijke en bovenal objectieve lokale website komt met informatie voor de lokale bevolking [zie bijv. http://www.kiesbeter.nl].
Bij gebrek aan een dergelijke lokale belangenvereniging wordt nu informatie gezocht bij internationale website’s die waarschijnlijk minder goed bekend zijn met onze lokale cultuur en medische structuren.
Dat er gewerkt wordt aan de kwaliteit van de zorgverlening en bescherming van patiënten moge mede blijken uit het feit dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) reeds enige tijd van de bij haar aangesloten medewerkers (artsen) vereist dat zij regelmatig na- en bijscholingscursussen volgen. Kennelijk is eveneens het Bureau Ziektekostenverzekering (BZV) doende deze regel voor haar medewerkers in te voeren. Een ander goed voorbeeld is dat van onze lokale ambulance-organisatie (CEMS) die zelfstandig door gerichte interne regelgeving en ook Eilandelijke regelgeving, voor een ieder die bij de organisatie werkzaam is, zorg draagt voor een hoge kwaliteitsbewaking en deze door hen gehanteerde eisen voor het publiek openbaar heeft gesteld. Zonder (bewust) enige andere medische instelling of persoon tekort te willen doen, valt het zeer aan te moedigen om meer van zulke lokale voorbeelden te volgen, waarbij nadere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de hulpverleners en deze kwaliteitseisen voor het publiek gemakkelijk toegankelijk te maken door publicatie [website] ervan.
Tenslotte maak ik van de gelegenheid gebruik om op te merken dat in geval van een klacht omtrent een vermoedelijk begane beroepsfout c.q. kunstfout door een lokale hulpverlener, het wellicht in onze kleine gemeenschap uiterst moeilijk kan zijn voor het lokale Medisch Tuchtcollege om daar zuiver objectief een nauwkeurig afgewogen oordeel over te kunnen geven. Deze aanpak geniet –gezien de kleinschaligheid- geen schoonheidsprijs, hulpverleners worden in een zeer moeilijke positie geplaatst om over hun lokale collega te moeten oordelen; immers juist binnen zo’n kleine samenleving als de onze kan één fout reeds dodelijk zijn voor de hulpverlener die haar heeft begaan. In het kader van objectiviteit en waarborging van de rechten van patiënten kan het verstandig zijn als het lokale Medisch Tuchtcollege aansluiting zoekt bij het Nederlandse Medisch Tuchtcollege. Ons buurland Aruba heeft (wegens genoemde redenen) reeds een dergelijke samenwerking met het Nederlandse Medisch Tuchtcollege. Deze beoogde objectiviteit staat beter garant voor en versterkt voor de patiënten het geloof dat hun klachten worden gehoord.
Conclusie, zowel voor de reguliere hulpverleners alsook voor de alternatieve geneeskunst bestaat er op dit moment in onvoldoende mate regelgeving die zal moeten zorg dragen voor een goede bewaking van de relatie tussen de patiënt en de hulpverlener. Evenwel is de kwalificatie van onaantastbaar (‘The untouchables’) onterecht en zijn de hulpverleners ook nu reeds volledig af te rekenen op de door hen begane kunstfouten respectievelijk tekortschieten in de behandelingsovereenkomst. Het Burgerlijk Wetboek [zie eerder editie Support] biedt houvast en de ruimte daartoe. Desalniettemin zullen de belangen (rechten en plichten) van beide partijen (hulpverleners en patiënten) beter zijn gediend door middel van verdere regelgeving bij wet en bij het oprichten van een algemene onafhankelijke en objectieve belangenvereniging voor patiënten en een informatieve website. Kwaliteit bewaking en waarborging van de rechten en plichten dienen in de relatie tussen hulpverleners en patiënten te allen tijde voorop te staan. Rest mij af sluiten dat: Een goede hulpverlener (arts) valt te kwalificeren als een hulpverlener die niet alleen goed onderlegd is in zijn kennis en kunde en over goede communicatieve vaardigheden beschikt, maar zich tevens goed bewust is van zijn eigen grenzen en deze eerbiedigt.
[adrotate banner=”11″]
![]()
