Hypoglycaemie
Velen zijn reeds bekend met de aandoening Diabetes Mellitus, maar van het “tegenovergestelde” hoort men niet zo vaak.
De vele verschijnselen zoals hoofdpijn, duizeligheid, koud zweten, bewusteloosheid, honger, vergeetachtigheid, concentratiestoornissen, wazig zien, pijn in de onderrug, lusteloosheid, bewegingsonmacht (om maar een paar symptomen te noemen) worden vaak gediagnosticeerd als psychische klachten, overspannen en stress.
Bloedtesten wijzen over het algemeen niet veel uit, omdat bij het bepalen van de bloedsuikerspiegel, men meer gericht is te kijken naar een verhoging en niet zo zeer naar een verlaging van de bloedsuikerspiegel. Bij sommige patiënten verandert de bloedsuikerspiegel zo vaak en zo snel dat het des te moeilijker is te bepalen of we inderdaad te maken hebben met een “hypoglycaemie”.
Hypoglycaemie is afgeleid van de woorden “hypo” hetgeen onder (of in zeer lage mate) betekent, terwijl “glykis” zoet betekent, en “haima” bloed betekent. Oftewel hypoglycaemie is een te laag gehalte aan glucose in het bloed.
Een teveel aan insuline heeft tot gevolg dat de bloedspiegel van glucose te laag wordt. De symptomen die de mensen vertonen lijken op die van mensen die met teveel aan insuline waren ingespoten.
Het is de arts Seale Harris die pas in 1923 voor de American Medical Association een lezing hield. Harris heeft het behoorlijk moeilijk gehad om aandacht van de medische wereld te krijgen op hypoglycaemie. Hij heeft geprobeerd een gemodificeerde Glucose Tolerantie Test in te voeren, maar tot op de dag van vandaag wordt deze test vrijwel nooit uitgevoerd.
Harris heeft het ook zwaar te verduren gehad tegen de enorme push die de verkoop van het dure insuline bij het tegenovergestelde n.l. diabetes (een tekort aan insuline) kreeg. Harris stelde reeds in zijn conclusies in 1923 dat het waarschijnlijk leek dat een van de oorzaken van een teveel aan insuline (hyperinsulinisme) de overmatige inname van glucosevormend voedsel is.
De oorzaak van hoge insuline spiegels worden vaak veroorzaakt door tumoren in de pancreas, waarvan het insulinoom (een meestal goedaardige vorm) de bekendste is. Dergelijke afwijkingen worden dan operatief verwijderd.
Hoewel het veel gebruikte medische handboek de Merck Manual in haar indeling “reactieve hypoglycaemie” uitvoerig behandelt, is deze vorm van hypoglycaemie vrijwel onbekend. Hieronder wordt die vorm van hypoglycaemie verstaan die wordt veroorzaakt door factoren van buitenaf, zoals suikerrijke maaltijden, bepaalde geneesmiddelen (bv. insuline) en alcohol. Deze reactie is echter niet een constant verlaagde glucose spiegel, maar een wisselende suikerspiegel.
Het gekke en vervelende bij de symptomen van een hypoglycaemie patiënt is dat in bijna 100% van de gevallen de patiënt behandeld wordt met sedativa of tranquillizers, omdat opvallend veel psychische symptomen variërend van depressies tot concentratiestoornissen aanwezig zijn. Deze symptomen zijn voor de handliggend wanneer men denkt dat de hersenen voor de volle honderd procent hun energie putten uit de glucosestofwisseling. Ook is het energieverbruik van de hersenen vergeleken met dat van de andere organen erg hoog, namelijk 25%.
Een laag bloedsuikergehalte is de oorzaak van een slechte energievoorziening. Ter illustratie wordt hier het historisch geworden geval van dr. Gyland beschreven.
Dr. Gyland was zelf arts. Hij had een drukke praktijk in Florida, maar voelde zich ziek. Hij voelde zich slap en uitgeput en leed aan duizeligheid, tremoren, hartkloppingen, concentratiemoeilijkheden en geheugenstoornissen. Ook deden zich zomaar angsten voor. Omdat hij zich realiseerde dat een arts zichzelf het slechts behandelde, raadpleegde hij een specialist. Deze zei hem dat hem lichamelijk niets mankeerde, dat hij neurotisch was en dat alle omschreven symptomen “in zijn verstand” zaten. Hem werd verteld dat hij niet meer in staat was zijn artsenpraktijk verder uit te oefenen. Maar dr. Gyland weigerde dat “alles in je hoofd”-vonnis te accepteren en ging naar een andere arts.
[adrotate banner=”4″]
“Rondlopend met een ernstige ziekte gedurende drie jaar werd ik door veertien specialisten en in drie nationaal bekende klinieken onderzocht……” zo vertelde dr. Gyland zelf; niet één van deze experts of wereldberoemde klinieken, inclusief de Mayo-kliniek testte hem ooit op hypoglycaemie, hoewel één arts een te lage suikerspiegel vermoedde. Deze arts schreef echter snoepgoed voor, dat natuurlijk zijn toestand alleen maar zou verergeren. Hoewel ze ogenschijnlijk niets verkeerd bij hem konden vinden, aarzelden de specialisten niet diagnoses te stellen zoals hersentumor, neurose, diabetes en cerebrale arteriosclerose.
Nog erg ziek en niet in staat te werken, omdat geen enkele van de voorgestelde behandelingen hielp, zocht dr. Gyland wanhopig naar een oplossing voor zijn problemen door de medische literatuur te lezen.
Uiteindelijk vond hij het oorspronkelijk artikel over laag bloedsuiker en haar symptomen door Seale Harris.
De symptomen die dr. Harris beschreef klopten volledig met die van dr. Gyland. Hij deed onmiddellijk een Glucose Tolerantie Test, die de diagnose van hypoglycaemie bevestigde. Hij ging op het hypoglycaemie-dieet dat door Harris was voorgesteld en zag tot zijn stomme verbazing de symptomen één voor één verdwijnen. De tragedie is dat hoewel het werk van Harris reeds 25 jaar tevoren was gepubliceerd niet één van de diagnosticerende specialisten of prominerende klinieken er enig besef van hadden. Het doorzettingsvermogen van dr. Gyland had hemzelf gespaard voor allerlei behandelingsmethoden tot een operatie van een hersentumor toe.
Een waarschuwing bij het uitvoeren van de Glucose Tolerantie Test is dat gelet moet worden op de toestand van de patiënt. Het kan zijn dat de patiënt die aan een ernstige vorm van hypoglycaemie (of diabetes) lijdt de grote veranderingen na het innemen van glucose in water, niet kan verwerken.
Bij een hypoglycaemie patiënt kan de test de patiënt een behoorlijke “opdonder” geven, waar hij dagen tot weken last van zal hebben. Voor de patiënt zal de test alleen een bevestiging zijn dat er sprake is van een te lage bloedsuikerspiegel.
De behandeling blijft hetzelfde: uitkijken en alle vormen van suikers zoals enkelvoudig ongeraffineerde, samengesteld geraffineerde en enkelvoudig geraffineerde suikers.
Het zal een (heel) lang proces zijn om je als patiënt te adapteren aan de nieuwe situatie, vooral als je zo weinig begrip krijgt van de omgeving.
Symptomen die kunnen optreden bij hypoglycaemie:
Hoofdpijn, convulsies, hooikoorts, zorgen maken, uitputting, zweten, depressies, gehumeurdheid, vermoeidheid, jeuk, geïrriteerdheid, gevoel gek te worden, zwakte, lichaamsgeur, huilbuien, bewusteloosheid, impotentie, eczeem, concentratie moeilijkheden, gevoeligheid voor licht, beverigheid, darmklachten, rusteloosheid, nachtmerries, spierpijnen, duizelingen, zwaarlijvigheid, oorsuizen, astma, blackouts, besluiteloosheid, hongeraanvallen, koude handen, koude voeten, allergieën, gezichtsstoornissen.
De therapie bij hypoglycaemie:
De therapie die ik vervolgens zal geven is geheel afkomstig uit de Orthomoleculaire Geneeskunde. De gegevens zijn gehaald uit een artikel van ‘de man’ in de Orthomoleculaire geneeskunde Drs. Gert Schuitemaker.
Orthomoleculair is afgeleid van het Grieks woord ‘Orthos’ wat goed of juist betekent en ‘Moleculair’ betekent: betrekking hebbend op de moleculen. De samenstelling van deze twee woorden geeft aan wat er bedoeld wordt met Orthomoleculaire geneeskunde: het behandelen van mensen door de organen te voorzien van de goede moleculen. Als je de goede moleculen in de juiste verhouding in je lichaam brengt, krijgen de lichaamscellen de optimale concentraties van stoffen die normaal in het menselijk lichaam aanwezig zijn. Met de juiste stoffen, in de eerste plaats voeding, kun je als mens optimaal lichamelijk functioneren.
Drs. Gert Schuitemaker is directeur van het Ortho-Instituut in Baarn. Hij is zich meteen na zijn afstuderen als apotheker gaan verdiepen in de Orthomoleculaire geneeskunde en voedingsleer.
Dit instituut verzorgt cursussen op het terrein van Orthomoleculaire geneeskunde en voedingsleer, geeft een tijdschrift uit ‘Orthomoleculair’ en organiseert congressen.
Drs. Schuitemaker is de oprichter van de ‘Maatschappij ter Bevordering van de Orthomoleculaire Geneeskunde’ (MBOG) een vereniging van medici en andere academisch professionelen op het terrein van de Orthomoleculaire geneeskunde.
Prof. dr. Linus Pauling, de grondlegger van de Orhtomoleculaire Geneeskunde, is erelid geweest van deze vereniging.
De therapie die ik vervolgens beschrijf moet een algemene richtlijn zijn. U moet wel in gedachten houden dat het belangrijk is dat de klachten goed zijn onderzocht door uw huisarts en specialist. Ga a.u.b. geen eigen doktertje spelen, maar laat het eerst goed uitzoeken!
Er bestaat geen gerichte medicatie. Het enige dat u kunt doen is de voeding aanpassen. Daarnaast is het belangrijk om door een deskundige op het gebied van de orthomoleculaire geneeskunde uit te laten zoeken welke vitamines, mineralen en voedingssupplementen u precies nodig heeft.
Vervolgens belangrijk dat er naast de algemene richtlijnen ook een individueel plan wordt opgesteld. Als je verschillende boeken naast elkaar legt, kom je al gauw tot de conclusie dat de één een bepaald product verbiedt, terwijl een andere schrijver hetzelfde product aanraadt. Mijn advies is om te werken met een persoonlijk uitgezocht gebalanceerd voedingsadvies.
Oorzaak en gevolg kunnen variërend zijn per persoon.
Het is een kunstfout om hypoglycaemie met suiker te behandelen. Wellicht geeft een suikerklontje tijdelijk verlichting, op de lange duur zal de situatie van de patiënt alleen maar verergeren. De therapie moet erop gericht zijn om het uit balans geraakte metabolisme weer in evenwicht te brengen. Speciale aandacht moet geschonken worden aan die organen die hierbij het nauwst betrokken zijn: de bijnier, de pancreas, de lever, de schildklier, de hypofyse, en de thymus. Uiteraard heeft een dergelijk verstoord evenwicht ook zijn uitwerking op de andere organen. Tevens is het lichaam als het ware uitgeput (en voelt de patiënt dat meestal ook aan). Aanvulling op de nodige voedingssupplementen is dan ook noodzakelijk.
Iedere voedingsdeskundige is het over eens dat iemand die aan hypoglycaemie lijdt absoluut geen geraffineerde suikers mag eten, zowel niet de samengesteld-geraffineerde als de enkelvoudig-geraffineerde koolhydraten (zie tabel 1). Koolhydraten worden immers in het lichaam omgezet in glucose. Zelfs de enkelvoudig-ongeraffineerde koolhydraten zijn niet goed omdat ze het glucosepeil ook te sterk beïnvloeden (zij komen immers ook direct in de bloedbaan terecht).
Daarom wordt bij een hypoglycaemie-dieet de nadruk gelegd op koolhydraten die ongeraffineerd en samengesteld zijn.
Tabel I.
- SAMENGESTELD-
alle groenten
alle granen
alle graanproducten
noten, zaden
peulvruchten
bladgroenten - ENKELVOUDIG-ONGERAFFINEERD ONGERAFFINEERD
alle vruchten
Melk, yoghurt (biogarde), karnemelk
natuurlijke honing
suikerriet,
stropen - SAMENGESTELD
bloem, maïzena
witte rijst
aardappelmeel
crackers,
pasta - ENKELVOUDIG-GERAFFINEERD GERAFFINEERD
suiker, honing
dextrose (druivensuiker)
fructose (vruchtensuiker) brood,
lactose (melksuiker)
glucose, maltose
sorbitol
Tabel 2 geeft een overzicht van groenten en fruit wat betreft hun percentage koolhydraten. Groenten en fruit die 15 procent of meer koolhydraten bevatten komen in principe niet in aanmerking voor het dieet. Meervoudig onverzadigde vetzuren zijn ook essentiële bestanddelen van een goed dieet, inclusief het hypoglycaemie dieet. Daar komt bij dat vetten het bloedglucosepeil verhogen.
Groenten
3 procent
6 procent
15 procent
20 procent
25 procent
asperges
bonen
artisjokken
gedroogde bonen rijst
broccoli
bieten
pastinaken
aardappelen
kool
Brussels lof
erwten groen
maïs
bloemkool
worteltjes
[adrotate banner=”11″]
![]()
